Alpen 2025
Donderdag 31 juli 2025 De eerste bergpas 100 km 1600 hm
Dit is een hele rare fietsreis. Ik ga in de Alpen fietsen. Dat heb ik natuurlijk al veel vaker gedaan. Alleen ben ik net zaterdag teruggekomen van een reis van bijna 7 weken door Latijns-Amerika en maandag weer vertrokken voor deze reis. Ik had mijn vakantie al vastgelegd, toen ik met Ine en Marcel de plannen aan het uitwerken was voor Latijns-Amerika. Omdat we die route omgedraaid hebben met een start in het noorden van Brazilië en vandaar verder naar het noorden, vond ik het niet logisch om na het vertrek van Ine en Marcel weer terug naar het zuiden van Brazilië te gaan. Nu heb ik dus de luxe situatie dat, terwijl ik net thuiskom van een lange reis, ik nog 4 weken vakantie over heb.
In de Alpen zijn er te veel bergpassen om ze allemaal te fietsen. De passen boven de 2000 meter hoogte zijn de meest indrukwekkende bergpassen. Op grote hoogte komen die in een andere klimaatzone en die hebben ook vaak de mooiste uitzichten. En ik ben een reiziger, ik wil van a naar b en verder naar c fietsen. Dus ik wil geen bergen beklimmen waar ik niet over heen kan fietsen.
Op zoek naar doorgaande bergwegen boven de 2000 meter gaf iemand me de tip om de berggids te kopen. In de berggids staan 500 bergpassen die je gefietst moet hebben. Alle bergpassen liggen in Oostenrijk, Zwitserland, Spanje, Italië en Frankrijk. Voor elk land staan er 100 bergpassen in de berggids. Gezien al mijn fietsplannen voor de rest van de wereld, dus te veel passen voor mij om op te fietsen. Maar nu heb ik een streep getrokken bij de 2000 meter hoogte en doodlopende beklimmingen door gestreept. Zo blijven er niet veel passen meer over voor me.
Maandagavond heb ik de Flixbus naar München genomen. Dinsdag ben ik naar het zuidoosten van Duitsland gefietst. Gisteren ben ik de grens over gefietst naar het dal van de Salzach. Ik sta vroeg op vandaag. Ik wil op het einde van de dag de eerste alpencol over fietsen. De afgelopen dagen begon het steeds te regenen in de loop van de middag. Daarbij ben ik al diverse keren in het zuiden van Duitsland en in Oostenrijk aan de noordzijde van de Alpen geweest en het regende er bijna altijd. Ik heb dus genoeg redenen om bang te zijn dat ik vanmiddag die eerste grote bergpas in de regen moet op fietsen.
Mijn buitentent pak ik drijfnat in. Ik heb even geprobeerd om hem in de zon te drogen, maar de zon is niet krachtig genoeg zo vroeg op de ochtend. Bovendien sta ik op een drijfnat grasveld. Het heeft niet alleen vannacht een beetje geregend maar vooral de afgelopen week. Op de meest natte plekken van de camping hebben ze houtsnippers in de modder gestrooid. Ik ben blij dat er een droogtrommel op de camping is. Mijn dagelijkse was heb ik in ieder geval droog in mijn tas.
Terwijl de bergen vol hangen met optrekkende mistbanken en regenwolken fiets ik door het dal van de Salzach naar het zuiden. De fietsroute gaat door het rivierdal maar toch moet ik een kleine pas op fietsen. Bijna boven op Pass Lueg verlaat de fietsroute de doorgaande weg. Ik zie dat de route meteen flink omhoog gaat, ik besluit toch nog maar even op de hoofdweg te blijven. Ik heb de laatste dagen te veel van die rare super steile onnodige klimmetjes gehad op de fietsroutes. Vandaag wil ik mijn benen sparen voor de beklimming van de Radtstatter Tauernpas op het einde van de dag.
De wielrenners fietsen hier ook gewoon op de hoofdweg en na een klein tunneltje komt de fietsroute ook terug op de hoofdweg. En fietsen op een hoofdweg gaat echt heel veel makkelijker en sneller dan de fietsroutes met zandweggetjes, poortjes, hekjes en super steile hellingen. Ik heb vooral zin in die eerste beklimming van een hoge bergpas. Daar wil ik zo makkelijk mogelijk naar toe en in verband met de regen elke middag wil ik daar ook zo vroeg mogelijk aan beginnen.
Na een paar mooie kastelen draait de weg naar het oosten. Ik ben nu niet langer meer in de schaduw van de bergen en ik vind in de warmte van de zon fietsen een stuk aangenamer. In Niedernfritz zie ik een bushokje dat heerlijk in de zon staat. Hier ga ik in de zon zitten en leg ik mijn buitentent te drogen. Ik eet een paar broodjes die ik eerder bij een kleine supermarkt heb gekocht.
In Altenmarkt im Pongau bestel ik een blikje cola en een broodje met ham en kaas. Omdat alle stoelen buiten op het terras bezet zijn neem ik het mee. Het opeten van het broodje vind ik een mooi vooruitzicht voor een pauze ergens halverwege de Tauernpas. Na Altermarkt volg ik de fietsroute naar Radstadt. In Radstatt begint volgens de berggids de beklimming van de bergpas. Ik ben inmiddels al 400 meter gestegen.
De eerste 10 kilometer naar Untertauern gaat de weg maar 200 meter omhoog. Ook hier volg ik de fietsroute. Gelukkig geeft de fietsroute niet al te veel extra klimwerk. Voor Untertauern lijkt het alsof de bergpas helemaal in regenwolken terecht is gekomen. Het begint ook heel even te regenen. De fietsroute loopt nog door naar een plaats die ik niet kan vinden op mijn gps. Ik besluit net voor Untertauern terug naar de hoofdweg te gaan. Meteen moet ik over een grindpad met meer dan 15 procent omhoog. Dat is me even te veel. Ik wandel omhoog terwijl ik door het gras langs de weg loop en mijn fiets over het grind van de weg laat rollen. Met mijn versleten bergschoenen heb ik niet genoeg grip op het grind.
De echte beklimming gaat nu beginnen. In 9 kilometer moet ik 700 meter omhoog. Van die 9 kilometer kleuren er 6 rood op het schema uit de berggids. Die 6 kilometers hebben een gemiddeld stijgingspercentage tussen de 8,5 en 10 procent. Plotseling is de zon weer gaan schijnen. Dat vind ik heerlijk. Zo kan ik zonder jas aan fietsen. Na 3 kilometer stop ik weer bij een bushalte. Hier eet ik het broodje dat ik in Altenmarkt heb gekocht.
Een paar kilometer verder stop ik weer even om te drinken. Ik denk dat ik al dicht bij de top ben. Helaas zie ik op mijn telefoon dat ik nog 5 kilometer moet fietsen naar Obertauern. Ik heb toch niet goed de route bestudeerd. Gelukkig zijn die laatste kilometers minder stijl en fiets ik toch nog makkelijk Obertauern binnen. Op de top maak ik een foto en ik doe mijn windstopper aan.
In de afdaling denk ik er niet aan om ergens een fietsroute op te gaan. Ik laat me heerlijk naar beneden rollen over de hoofdweg. Mijn track stopt bij Mauterndorf. Ik besluit om nog 12 kilometer verder te fietsen naar Sankt Michael im Lungau. De camping daar is wel minder goed, maar dan kom ik tot aan de voet van de Katchbergpas. Daar wil ik morgen met frisse benen aan beginnen. Die bergpas is niet lang maar ik ben bang dat die te steil is om op te fietsen.
Bij de camping naast het sportveld is niemand aanwezig bij de receptie. Ik bel de beheerder, die legt me uit waar ik mijn tent moet opzetten en waar ik een sleutel kan pakken voor het toiletgebouw. Als ik morgen voor 8 uur wil vertrekken kan ik het geld ook in een bus stoppen. Ik heb een beetje een raar plekje vooraan de camping, maar het mooie is dat er een klein afdakje is waar ik de fiets onder kan zetten.
Foto telefoon wiener schnitzel
Voor ik het dorp in wandel om uit te gaan eten, hang ik mijn was over mijn fiets onder het afdak. Als ik na een Wiener Schnitzel weer terugkom heeft de zon al mijn was voor een deel droog gekregen. Hoewel ik nu veel hoger in de bergen ben, heb ik toch het gevoel dat het al een beetje op het drogere klimaat begint te lijken dat aan de zuidzijde van de Alpen heerst.
Zondag 3 augustus 2025 De langste bergpas 102 km 1591 hm
Vrijdag heb ik hopelijk de steilste pas van deze reis op gefietst. Nou ja, op gefietst. Op de Katschbergpas heb ik 2 keer minstens een halve kilometer gewandeld. Behalve dat ik mijn benen wilde sparen voor de Nockalmstrasse, was er twee keer een kilometer met 15 procent stijging. Dat is te steil voor mijn benen en ik heb gewoon geen verzet op mijn fiets waarop ik lang 15 procent omhoog kan fietsen.
Na de extreem steile Katschbergpas ben ik de Nockalmstrasse opgereden. Het was behoorlijk fris, maar ik heb lange tijd in korte broek en poloshirt omhoog gefietst. Het was een beetje een saaie rustige pas, totdat ik boven de boomgrens kwam. Op dat laatste stukje waren de uitzichten gaaf. Na de pashoogte van 2040 meter hoogte volgde een afdaling naar 1500 meter hoogte. Daarna moest ik weer naar 2020 meter hoogte klimmen. Een kilometer voor de top van die tweede bergpas begon het te onweren en te regenen. Voor het noodweer met hagel werd zat ik gelukkig binnen in het restaurant op de top. Boven op de top was geen hotel, dus moest ik afdalen in de stromende regen.
Gelukkig is mijn regenjas na een goede wasbeurt weer waterdicht. Maar met nog ruim 20 kilometer te gaan naar een camping scheurde de zijwang van mijn achterband kapot. Achteraf was die achterband thuis al kapot en had ik deze voor vertrek al moeten vervangen. Nadat het even droog was geweest begon het weer te regenen. Na een kilometer wandelen kwam ik in een dorp. Daar heb ik een hotel genomen. Vlakbij het hotel waren twee sportzaken. Bij de tweede sportzaak hebben ze een nieuwe band op mijn fiets gelegd.
Na die reparatie was ik blij dat ik verder kon. Tot 11.30 uur was het droog. Daarna begon het flink te regenen. Na een tijdje schuilen onder een carport ben ik in de regen verder gefietst. Op de prachtige Drauradweg was het nog best druk met fietsers, ondanks het hondenweer. Toen ik eindelijk een restaurant tegen kwam was het even droog. Ik ben toen doorgefietst om niet veel later de volgende regenperiode over me heen te krijgen. Halverwege de middag leek het echt hopeloos en heb ik een hotel opgezocht.
De weersverwachting voor de komende week is een stuk beter. Maar helaas regent het behoorlijk hard als ik vroeg wil op staan. Dat is jammer want op het eerste deel van de route zijn er campings, daarna moet ik echt over de 2052 meter hoge Staller Sattel voor de volgende camping. De top van deze bergpas ligt op 90 kilometer van mijn hotel en de gehele route er naar toe gaat langzaam omhoog.
Na het ontbijt sta ik in de lobby op een kaart te kijken. Een vrouw, ik neem aan de eigenaresse, komt me vertellen dat ik nog een paar uur geduld moet hebben voor het beter fietsweer wordt. Ze vertelt me ook dat er treinen rijden die ik kan nemen. Deze interesse in de gasten is wat ik in Oostenrijk altijd echte gastfreundschaft noem.
Na nog een uurtje wachten op mijn hotelkamer is het bijna droog. Vanaf mijn hotel bij Berg ben ik snel weer op de Drau fietsroute. Er zijn veel fietsers op deze prachtige route. Ik fiets stroomopwaarts, maar ondanks dat gaat het fietsen super makkelijk en snel. Ook op de fietsroute langs de Isel gaat het snel. Ik begin er steeds meer vertrouwen in te krijgen dat ik de Staller Sattel vandaag nog over kan fietsen. Onder het fietsen bedenk ik me dat ik wel voor 7 uur vanavond boven wil zijn. Op die manier heb ik nog net tijd om af te dalen naar de eerste camping in Italië.
In Huben ben ik na ongeveer 55 kilometer fietsen gestegen van 500 naar 800 meter hoogte. De echte bergpas gaat nu beginnen. In de berggids staat dat de beklimming 35 kilometer lang is en 3,6 procent gemiddeld. Van een echte beklimming kun je misschien niet spreken met zo een laag percentage, maar om het dal van de Isel uit te komen moet ik meteen met 12 procent omhoog.
Na de eerste paar pittige kilometers fiets ik lange tijd maar heel langzaam omhoog door een fraai dal met leuke dorpjes langs de weg en op de groene berghellingen. Het landschap en de huizen doen me denken aan Tirol. Na een stevig ontbijt ben ik al 70 kilometer bergop aan net fietsen als er een restaurant langs de weg is. Het wordt echt weer tijd om eens wat te gaan eten. Het restaurant, waar ik op het terras ga zitten, lijkt een beetje chique. De cola is er duur maar de tosti die ik bestel is goedkoop. Ik merk dat mijn benen behoorlijk moe zijn geworden van het lange tijd fietsen zonder pauze. Ook ben ik inmiddels gestegen van 500 naar 1300 meter hoogte.
Het is fris vandaag. Zeker vanochtend toen het nog maar 10 graden was bij mijn vertrek. Nu schijnt af en toe gelukkig de zon, maar de wind is nog erg koud. Ondanks de koude wind fiets ik vanaf Huben zonder jas. Met nog ongeveer 8 kilometer te gaan naar de top staat er een bord waarop aangegeven is dat je de top, en dat is hier ook de grens, alleen de eerste 15 minuten van elk uur over mag. Daarna sta je steeds 45 minuten voor een rood stoplicht.
De echte klim gaat nu beginnen. Op het overzicht in de berggids heb ik gezien dat er eerst een kilometer 5,5 procent is, daarna 2 kilometer 9 procent en een kilometer 7 procent. Vervolgens komen er nog 4 makkelijke kilometers. Ik fiets rustig omhoog. De weg is uitstekend aangelegd voor me. In die 2 kilometers met 9 procent gemiddeld komt het stijgingspercentage nooit boven de 10 procent uit. Ik kan daardoor redelijk makkelijk omhoog fietsen.
Inmiddels zie ik ook dat ik makkelijk de top ga halen vandaag. Alleen voor het stoplicht van 17 uur lijk ik net een paar minuten te laat te komen. Ik fiets op een schema met aankomsttijd van 17.15 uur, reken ik uit onder het fietsen. Toch stop ik af en toe om een foto te maken. Ik wil me niet echt gaan haasten, maar ik wil natuurlijk ook niet drie kwartier op de top staan wachten. Bovendien vind ik het ook wel fijn als ik voor 18 uur op een camping aan kom.
Al met al gaan de laatste kilometers weer best wel snel en als ik op de top aan kom om 16.59 uur zie ik nog net een rij wachtende auto’s voor het licht op groen springt. Ik laat alle auto’s wegrijden en maak een paar foto’s op de top. Daarna daal ik af over een schitterende smalle bergweg zonder verkeer. Echt heel erg gaaf is deze afdaling aan de Italiaanse zijde.
Tien kilometer verder op meld ik me aan bij de eerste camping. De camping is bijna 2 keer zo duur dan tot nu toe in Duitsland en Oostenrijk, maar het sanitair ziet er ook wel een stuk moderner en fraaier uit. Op de camping is ook een prima restaurant waar ik heerlijk eet. Na het eten kook ik water bij de tent en daarna ga ik snel de tent in. Er staat een stevige koude wind die ervoor zorgt dat de was snel droogt. Voor het donker is, is de was nog niet helemaal droog. Ik verwacht dat het buiten wel vochtig kan worden vannacht, daarom hang ik de was in de tent op.
De eerste 6 nachten op deze reis waren in Duitsland en Oostenrijk. De eerste nacht was in de bus, Voor de busreis heb ik € 49 betaald. Voor de campings heb ik gemiddeld €17,20 per nacht betaald. De hotelkamers waren gemiddeld €110,50. Naast de €53 voor de nieuwe fietsband, heb ik in totaal €90 per dag uitgegeven. Die €90 is inclusief de overnachtingskosten.
De hoogtepunten van dit eerste deel van deze Alpenreis waren de Tauernpas en de toppen van de Nockalmstrasse.
Ook de fietsroute in het Drautal was fraai maar door de aanhoudende regen geen hoogtepunt.
Zondag 5 augustus 2025 Seiser Alm 98 km 2507 hm
Gisteren ben ik in de ochtend via een prachtige fietsroute naar Cortina d´Ampezzo gefietst. Wat een schitterend gebergte zijn de Dolomieten toch. Wat een indrukwekkende rotswanden steken er overal boven het landschap uit. In de middag ben ik de Passo Falzarego op gefietst. Op de top heb ik even een ommetje gemaakt naar de 63 meter hogere Passo Valparola. Door de regen loop ik ongeveer 30 kilometer achter op mijn schema. Op mijn schema kom ik elke avond bij een camping.
Op het einde van de middag had ik niet meer de energie om de Passo di Ferdaia over te fietsen naar de camping bij Canazei. Op mijn schema had ik nog wel een camping staan, maar op maps kon ik de camping niet meer terug vinden. Aan het begin van de beklimming van de Passo di Ferdaia dacht ik beter maar een hotel te kunnen opzoeken. Het hotel bleek volgeboekt te zijn, maar de eigenaar vertelde wel dat er 2 tot 3 kilometer verder een camping was. Die camping was uiteindelijk 6 kilometer verder, maar dat was een prima extra plek op een volgeboekte camping.
Ik ben vroeg wakker. Ik kijk naar buiten en zie dat het helder weer is. In het dal waar ik sta is het koud en zal de zon voorlopig niet schijnen. Ik pak snel mijn tent in. Ik wil graag helder weer hebben op de top van de eerste bergen en ik weet uit ervaring dat er later op de dag heel vaak wolken komen. Eenmaal op weg zie ik een bordje staan dat het nog maar 5 kilometer naar de pashoogte is. Ik moet nog 600 meter klimmen naar de pashoogte. Ik hoop maar dat het een foutje is anders moet ik 5 kilometer lang gemiddeld met 12 procent omhoog.
Helaas is het geen foutje. Lange tijd moet ik met 15 procent omhoog. Dat wordt me te steil. Halverwege de pas ga ik een stuk wandelen. Ik heb nog meerdere passen voor me liggen die ik vandaag over wil fietsen, maar deze eerste 5 kilometers gaan mijn benen al behoorlijk naar de kloten. Ik denk dat het door de hoogte komt maar ik ben ook een beetje kortademig. Op het bovenste deel van de bergpas kom ik op een stuk met haarspeldbochten. Hier kom ik in de zon te fietsen. Heerlijk die zonnewarmte, want ik had het behoorlijk koud. Een groot deel met de haarspeldbochten is minder steil. Daar kan ik weer even fietsen, maar er is nog wel een stukje waar ik weer even moet wandelen.
Op de top is een prachtig landschap met een stuwmeer waar het water behoorlijk laag staat. Het eerste deel van het meer is groen van kleur en het achterste bij de dam is prachtig blauw. In de afdaling doe ik mijn windstopper aan. In de afdaling fiets ik heerlijk in de warmte van de zon naar beneden. Net voor Canazei kom ik door een dorpje met een kleine supermarkt. Daar koop ik kaas, brood, sinaasappelsap en cola. Ik heb nog niets gegeten. Ik ga ook nu niets eten, ik moet zo aan de langste beklimming van de dag beginnen. Ik wil graag die lange beklimming onderbreken met eetpauzes. Dan kan ik dat meteen combineren met rustpauzes.
In Canazei kom ik in vakantiedrukte terecht. Ik begin aan de beklimming van de Passo Pordoi. Ik moet hier ruim 800 meter omhoog. Op de afslag naar de pas staat een bord met de stijgingspercentages per kilometer. Wat een meevaller dat deze pas geen steile kilometers heeft. Ik moet 12 kilometer omhoog met gemiddeld steeds 6 a 7 procent. Ik kan nu omhoog fietsen zonder lange stukken waarvoor mijn kleinste versnelling veel te groot is.
Na 5 kilometer stop ik om brood met kaas te eten en sinaasappelsap te drinken. Heel erg veel eet ik niet. Ik heb weinig honger vandaag. Ik denk dat door de hoogte en vermoeidheid komt. Door het bos en tussen machtige rotswanden fiets ik verder omhoog. Het is druk op de weg met vakantieverkeer en heel veel wielrenners en mountainbikers. Ik ben zoals gebruikelijk de langzaamste die omhoog gaat. Af en toe krijg ik een aanmoediging van een fietser of een automobilist.
Het is echt een genot om zo makkelijk omhoog te fietsen naar de top op 2239 meter hoogte. Voor ik op de top ben eet ik nog een keer wat brood met kaas. Om 12 uur ben ik al op de top. Ik vind het fijn dat ik zo vroeg boven, want dan kan ik misschien de camping op de Seiser Alm halen vandaag. Op de top zelf maak ik een paar foto’s en fiets verder naar de volgende pas. In het dorp onder aan de Passo Campolongo kom ik langs een terrasje bij een conditorei. Ik kan de verleiding niet weerstaan en bestel er een soort tosti. Ik ben zo moe dat ik het te vermoeiend vind om die tosti op te eten. Ik neem de helft van de tosti mee voor later.
Op de beklimming van de Passo Campolongo fiets ik heerlijk in de zon. In het begin zie ik een bordje staan met 5 kilometer naar de top, maar ik heb het gevoel dat ik al na 3 kilometer op de pashoogte van 1875 meter hoogte ben. Onder aan de afdaling zie ik om 14 uur een camping. Ik moet aan de volgende zware bergpas gaan beginnen. Even twijfel ik of ik al zou stoppen, ik vind het te vroeg en het is nu nog mooi weer.
De beklimming van de 2136 meter hoge Passo Gardena is weer geweldig. De pas is maar af en toe even steil. Via hele series met haarspeldbochten klim ik omhoog naar weer machtige rotswanden. Er komen steeds meer wolken en daardoor voel ik de koude bergwind door mijn bezwete shirt waaien. Ik zie diverse wielrenners voorbij komen die het behoorlijk zwaar hebben. Ik fiets hier met een hele slingerbeweging door de Dolomieten. Ik vraag me af of al die groepen wielrenners hier een rondje Dolomieten aan het fietsen zijn, want die slinger die ik aan het fietsen ben kun je ook ombouwen tot een rondje.
Vlak voor de top van de Passo Gardena maak ik mijn laatste cola en sinaasappelsap op. Veel zin om mijn brood en halve tosti op te eten heb ik nog niet. In de afdaling fiets ik lange tijd maar heel langzaam naar beneden langs een enorme rotswand. Als ik weer snel naar beneden fiets moet ik de afslag naar Seiser Alm in de gaten houden. Na die afslag moet ik weer een stuk omhoog. Ik klim eerst ruim 100 meter omhoog, daarna ga ik kijken hoe veel verder ik nog moet klimmen. Na ruim 2000 hoogtemeters zijn mijn benen behoorlijk uitgeput.
Ik zie dat ik nog 150 meter omhoog moet. Langs de weg staat een waarschuwingsbordje met 15 procent. Gelukkig zitten er alleen maar een paar kleine pittige stukjes in. Boven op de top staat een bordje Passo Pinei. Na mijn vijfde bergpas van vandaag gaat het voornamelijk naar beneden. De receptie van de camping Seiser Alm ziet er super chique uit. Ze zijn volgeboekt maar hebben nog wel een plekje ergens op een helling die niet vlak is. De receptioniste brengt me met een golfkarretje naar een veldje. Daar kan mijn tent prima staan. Ik vind zo wie zo alles best, ik wil geen meter meer verder fietsen. Hoewel ik nog wel een opmerking maak over de prijs van 58 euro. Dat is misschien wel de duurste camping die ik ooit gehad heb, maar ik vertel erbij dat ik blij ben dat ze nog een plekje voor me hebben.
In de kampwinkel koop ik yoghurt en frisdrank. Ik ben te moe om te gaan uit eten. Bij de tent eet ik het brood met kaas en het restant van de tosti met de yoghurt. Bij mijn Nederlandse buren vraag ik of ik vannacht wat batterijen mag opladen.
Dinsdag 7 augustus 2025 haarspeldbochten 63 km 1912 hm
Ik ben weer vroeg op vandaag. Ik sta op een camping in Laas. Gisteren was de camping vol en de receptie zou pas open zijn na 19.00 uur. Op het mini trekkersveldje van de camping stond een camper. Toen heb ik bij Nederlanders gevraagd of ik mijn kleine tentje bij hun op de kampeerplaats er bij mocht zetten. Ik mocht er ook nog mee eten en zo had ik ook nog een gezellige avond.
Het eerste half uur fiets ik dal een dal met veel appelbomen. Ze hebben hier een nieuw soort appel gekweekt. Gisteren kreeg ik bij een stalletje langs de drukke fietsroute hier in het dal 2 appels mee. Ik heb de appels ook geproefd. Erg lekker vond ik de appels niet.
Toen ik de vrouw bij het stalletje vertelde dat ik in de Betuwe woonde, vertelde ze dat ze vroeger in de Betuwe gingen kijken hoe je boomgaarden moet opzetten. Ze vertelde ook dat ze dat hier anders doen dan in de Betuwe. In de Betuwe staan er af en toe boomgaarden tussen de andere akkers en grasvelden in. Hier hebben ze een gesloten gebied met alleen maar appelbomen.
In Prada am Stilfserjoch ben ik aan het begin van de beklimming van de Stelvio. Bij de plaatselijke bakker koop ik een croissant, broodjes en bloedsinaaasappelsap. Op de beklimming is het heel even nog rustig. Maar al snel komen de eerste wielrenners voorbij. Daarna volgen er steeds meer elektrische mountainbikes, auto’s en motoren.
Lange tijd fiets ik in de schaduw. Ik fiets met mijn windstopper aan, die al snel helemaal nat is van het zweet. Na 10 kilometer klimmen kom ik eindelijk in de zon terecht. Hier neem ik mijn eerste pauze. Die eerste 10 kilometer zijn ook de makkelijkste. Vanaf kilometer 12 wordt de route steiler. Er is een heel klein stukje met 20 procent. Dat voet niet goed aan mijn benen, maar ik ben blij dat ik gewoon kan blijven fietsen.
Boven 2000 meter fiets ik steeds meer in de zon. Hoewel de wind nog wel fris aan voelt als die door mijn natte shirt waait, vind ik het toch prettiger om zonder windstopper verder te fietsen. Ik neem steeds vaker pauze. Dit is misschien wel de mooiste beklimming in de Alpen en hier wil ik zo veel mogelijk van genieten.
Ik haal een Belg op een mountainbike in. Even verderop haalt hij me weer in als ik een foto aan het maken ben. Hij maakt dan een opmerking dat natuurlijk weer Hollanders met de fiets onderweg zijn.
Er zijn op weg naar de top ongeveer 45 haarspeldbochten. In de loop van de ochtend is het behoorlijk druk geworden op de weg. Ik heb weinig last van die drukte. Maar ik zie dat de auto’s, bussen en motoren veel moeite hebben om elkaar te ontwijken in de bochten.
Bij één van de bochten neem ik een korte pauze. Een jonge man en zijn vader helpen een wielrenner om een band te plakken. Het lukt ze niet om het achterwiel eruit te halen omdat ze niet het goede gereedschap hebben. Ik leen mijn multitool uit aan ze. Daarna zoek ik de inbussleutel die ze nodig hebben en die ergens onder in mijn tas zit. Ik laat liever die inbussleutel achter dan de multitool.
Eenmaal weer op weg fiets ik een stel wielrenners voorbij. De vrouw van het stel fietst heel erg langzaam, maar ze komt wel boven. Bij mijn volgende korte pauze fietst het stel me weer voorbij. Alle andere fietsers lijken me voorbij te vliegen.
Bij de laatste serie haarspeldbochten krijg ik mijn inbussleutel weer terug. Het uitzicht over de slingerweg onder me is inmiddels geweldig. Op de top is het een grote drukte van auto’s, motoren en wielrenners. Langs de weg staan rekken met een stang waar de wielrenners hun fiets kunnen ophangen aan het zadel.
Na wat zoeken vind ik nog een vrij plekje op een bankje waar ik braadworst en cola neem. Ook al ben ik in Italië, het is hier nog steeds Duitstalig gebied. De Passo Stelvio heet hier dan ook de Stilfserjoch. Dus die braadworst vind ik wel passen op de top van deze mega gave bergpas
.
Boven op top drukte enorm, ik neem bratwust en cola. Aan de andere zijde van de bergpas is het veel rustiger. Het landschap is hier geheel anders dan een paar dagen geleden in de Dolomieten. Als ik een foto sta te maken van de haarspeldbochten in de afdaling, komt er een jonge Canadese vrouw naar me toe. Ze spreekt me aan omdat we de enige vakantiefietsers zijn. De vrouw vertelt dat dit haar eerste fietsvakantie is. Dat vind ik heel indrukwekkend. Op je eerste fietsreis al zo hun zware bergpas op fietsen, wouw.
Na een heerlijke afdaling tussen prachtige bergen volgt er een heel klein stukje vlakke weg. Daarna fiets ik meteen de volgende bergpas op. Het is halverwege de middag en eigenlijk ook te laat om die volgende bergpas nog op te fietsen. Ik weet dat er nog ergens een camping is aan het begin van deze bergpas.
Op een terrasje voor een restaurant ga ik een lekkere pasta eten. Ondertussen zoek ik op hoever het nog naar de camping is. Het is nog 5 kilometer fietsen.
Op de camping waar ik bijna 20 jaar geleden ook gestaan heb krijg ik een plekje midden in de warme zon. Het maakt me niet uit, want hier tussen de bergen zal ik snel in de schaduw komen. Na enkele super luxe en dure campings heb ik vandaag een goedkope camping. Het tegelwerk in het toiletgebouw lijkt nog uit de vorige eeuw te stammen. Maar het is een prima camping, die wel lijkt op de campings in Oostenrijk.
In de avond eet ik pizza bij een restaurant in het park op vijfhonderd meter van de camping. Terwijl er diverse andere fietsers op de camping binnen komen, neem ik in mijn tent plaat. Hier in de bergen koelt het lekker snel af.
Morgen fiets ik Zwitserland in op weg naar de Bernina pas. De afgelopen 5 dagen in Italië heb ik €71,40 per dag uitgegeven. Daarvan was €30 per dag voor de campings en € 41,40 voor het eten en drinken.
De hoogtepunten waren:
- Afdaling Staller Sattel
- Dolomieten van fietspad naar Cortina , via de hoge bergpassen, tot aan de afdaling van de Seiser Alm
- Passo dello Stelvio
Zaterdag 9 augustus 2025 Zwitserland 98 km 1652 hm
Het is ijskoud als ik op sta. Ik sta op een camping in een diep dal bij Pontresina. Het is onbewolkt, maar het zal waarschijnlijk nog uren duren voor de zon hier op de camping zal schijnen. Ik pak mijn tent in en vertrek. Op de fietsroute naar Sankt Moritz kom ik al snel in de zon. Heerlijk warm is het in de zon.
Het lijkt wel of alles in deze mondaine omgeving wat chiquer is. De mensen zijn netter gekleed, er rijden dure auto’s, de fietspaden zijn extra netjes en alle hotels en huizen zien er duur uit.
Langs enkele meren fiets ik door de bossen langs Sankt Moritz tot aan Silvaplana. Hier begint de beklimming van de Julierpas met een tunnel waar ik niet doorheen mag fietsen. Ik moet een stukje om fietsen door het dorp. Dat komt goed uit want ik heb honger en zo kom ik langs een supermarkt waar ik brood, kaas, jus en cola koop.
Op de afslag naar de bergpas staat een bordje doodlopende weg uitgezonderd voor fietsers. Er staat ook “no Julierpas”. Is die tekst voor fietsers en is de pas afgesloten voor fietsers? Of is die tekst voor auto’s? Ik heb geen idee en fiets de steile weg op om het dorp uit te fietsen.
Een kilometer verderop kom ik ,net na de tunnel, op de hoofdweg. De Julierpas is een grote weg. Daardoor valt het me een beetje tegen dat ik een paar kilometer lang met 10 procent omhoog moet fietsen. Op deze grote weg had ik lagere stijgingspercentages verwacht.
Op het moment dat het minder steil wordt, krijg ik een vervelende koude tegenwind. Mijn jas -die ik het hoog gelegen Sankt Moritz uitgedaan heb- doe ik weer aan. Verder is het prachtig weer en fiets ik door een fraai dal. Ik hoef maar van 1600 naar 2284 meter hoogte te klimmen. Tot 3 maal toe denk ik dat ik bijna boven ben, maar dan blijkt dat de pashoogte toch weer iets verderop te liggen.
De afdaling na de pashoogte is ruim 50 kilometer lang. Het wordt steeds drukker op de weg. Dat vind ik alleen vervelend als ik tussen het afdalen door een klein stukje omhoog moet fietsen. Ik ben blij dat ik deze drukke bergpas vanaf Sankt Moritz omhoog gefietst ben. Vanaf Thusis is het hoogteverschil veel groter en ik wil er niet aan denken om zo een grote beklimming met zo veel verkeer te fietsen.
Ik daal tot het op 700 meter hoogte gelegen Thusis. Nadat ik de Achterrijn ben overgestoken zie ik een restaurant met terras in een klein park langs de weg. Het is inmiddels echt warm geworden in de zon. In de schaduw eet ik op het terras een bord met pasta.
Na de middagpauze draai ik fietsroute nummer 6 op. Ik moet meteen flink klimmen. Ik fiets door een nauw dal over een rustige bergweg. In de zon is het heet, maar omdat ik veel in de schaduw fiets van de bergwanden of bomen langs de weg heb ik daar nauwelijks last van en is het heerlijk fietsweer.
In hetzelfde dal ligt ook een grote autoweg. Soms moet ik eroverheen en op een gegeven moment moet ik er onderdoor. Daar is onder de autoweg een bron met heerlijk koud water. Ik vul er mijn waterfles. Een andere fietser stopt ook en vertelt me dat hij vandaag nog de San Bernadino Pas over fietst. Voor ik weer verder fiets stopt er ook nog een auto om flessen met water te vullen.
Ik fiets nog door diverse leuke sfeervolle dorpen. In elk dorp is er weer een bron met lekker koud drinkwater. Op het einde van de middag merk ik dat ik weer op hoogte ben. In de zon is het nog heet, maar de lucht wordt al koeler en dat merk ik omdat ik veel in de schaduw fiets. Voor ik Splügen bereik fiets ik door het bos langs de Sufner See. Dit is een prachtig stuwmeer in het Rijndal.
Ik ben behoorlijk moe als ik aan kom op de camping net achter Splügen. Ik zet mijn tent op en douche me. De tent staat nog in de zon als ik terug kom van het douchen. Het is er heet. Dat is mooi, zo kan mijn was nog drogen. Ondertussen wandel ik snel naar het dorp om te gaan eten.
Alle schaduwplekken op het terras voor het eerste restaurant in het dorp zijn allemaal bezet. Gelukkig is er binnen nog voldoende plek voor me. Daar eet ik rösti op mijn laatste avond in Zwitserland. Ik heb vandaag weer genoten van de geweldige Alpenlandschappen. Als ik terug wandel naar de camping is het alweer fris. Ik zie auto’s kris kras de slingerweg van de Spügenpas op rijden. Morgen fiets ik die bergpas ook op om terug te gaan naar Italië.
De twee dagen in Zwitserland heb ik gekampeerd. Ik heb in totaal € 81,50 per dag uitgegeven. Dat is € 26,50 per dag voor de campings en € 55,-- per dag voor het eten en drinken.
Het hoogtepunt waren de bergmeren op de Bernina pas, rond Sankt Moritz en bij Splügen.
Woensdag 13 augustus 2025 Italië, terug naar de Alpen 113 km 838 hm
Zondag was een schitterende dag. Eerst ben ik via de Spügenpas Zwiterserland uit gefietst. In de ochtend was het nog fris bij de beklimming van de Splügenpas. Voor mijn eerste pauze heb ik lang doorgefietst tot ik eindelijk in de warmte van de zon kon pauzeren. Na de bergpas had ik een lange afdaling naar het prachtige Comomeer. Aan het Comomeer was het heet.
Heel gaaf was de goedkope overtocht halverwege het meer naar Bellagio. Omdat ik geen camping kon vinden heb ik in het begin van de avond een hotel in Como geboekt. Tot Como fietste ik over de prachtige kustweg langs het Comomeer.
Maandag had ik in de ochtend nog wat heuvels, maar in de middag fietste ik door de rijstvelden van de Povlakte. Alsof ik weer even terug was in Suriname, waar ik 6 weken geleden nog was. In de middag heb ik gegeten in de prachtige stad Novara en in de avond was er weer geen camping in de buurt. Toen heb ik een hotel geboekt op de rand van Vercelli. Vercelli is ook weer een fraaie middeleeuwse stad.
Gisteren ben ik naar Turijn gefietst. In de oude binnenstad heb ik tussen de middag op een terrasje gegeten. Daarna ben ik naar de camping aan de zuidzijde van de stad gefietst. In de middag heb ik een boek gelezen. Gelukkig had ik voldoende schaduw op de camping, want het was nog steeds heet.
Vandaag wil ik terug naar de Alpen fietsen. Ik ga niet zoals gepland naar het westen, maar veel verder naar het zuiden tot aan de voet van de Col de la Lombarde. Nu ik geen track heb moet ik af en toe op mijn telefoon of gps zoeken waar ik naar toe moet gaan.
Net na de camping moet ik al meteen zoeken naar een alternatieve route. Een overgang over een drukke weg naast de camping wordt verbouwd en is nu afgesloten. Eerst moet ik een stuk over de dijk achter de camping. Het gras op de dijk is zo hoog dat het door de regen van vannacht helemaal over het fietspad is gaan hangen. Na een kilometer ben ik aan de voorzijde helemaal nat van het overhangende natte gras. Dat is niet heel erg, want het is al boven de 25 graden en ik zal het er niet koud van krijgen.
Daarna fiets ik urenlang over doorgaande wegen naar het zuiden. Ik fiets niet zoals de laatste dagen door de rijstvelden, maar veel meer door akkers met onder andere mais. Ik kom ook door veel dorpen met een typisch Italiaans karakter.
Om 12.30 uur zie ik zomaar ergens langs de weg een eenvoudig restaurant met een parkeerplaats die al helemaal vol is. Voor op het overdekte terras vindt men het te heet voor me. Gelukkig hoef ik niet binnen te zitten. Naast het restaurant is een smal pad op de rand van een rijstveld. Daar staan in de schaduw van het restaurant een paar tafeltjes. Eén tafel is nog vrij.
Ze zijn hier niet gewend aan toeristen en ze hebben geen kaart. In het Italiaans zegt de serveerster welke gerechten ze heeft. Als ik het woord pasta hoor zeg ik snel ja, want verder versta ik er niets van. Samen met ham en meloen, brood, koud water en een cola wordt het een heerlijke maaltijd. Het bedrag van de eindafrekening is niet te geloven. Het is maar 11 euro.
Na de pauze gaat de weg langzaam omhoog. Elke 10 kilometer neem ik een pauze om wat te drinken. Ook neem ik een keer een ijsje met 2 cola’s op een terrasje.
Bij Vinadio staat dat de camping vol is. Ondanks dat bordje ga ik me toch aanmelden. Bij de receptie moet ik wel 3 keer vermelden dat ik echt maar één nacht zal blijven. En dan krijg ik een plekje met fantastisch uitzicht op de rand van de camping. Met een prijs van €13,50 is het de goedkoopste camping in Italië op deze reis. Het sanitair is gelukkig niet zo beroerd als gisteren, maar het is ook niet zo luxe als op de dure campings op het eerste deel van deze reis. Mijn buren zijn een jong Duits stel, die net als ik morgen de Col de la Lombarde over willen fietsen naar Frankrijk.
Vanaf mijn tent heb ik zicht op het kasteel van Vinadio. In de avond wandel ik daar naar toe. In het dorp gaan de restaurants pas om 19.00 uur open. Om de tijd te doden wandel ik nog een tweede keer door het kasteel. Daarna eet ik op een terrasje een pizza. Even denk ik dat het misschien wel net zo goedkoop gaat worden als mijn maaltijd vanmiddag. Helaas rekenen ze wat meer voor de cola en er komt ook nog €1,50 bij voor het bestek. Voor €14 is het natuurlijk nog steeds niet duur voor in een toeristendorp.
Hoogtepunten van dit deel van Italië zijn niet de bergpassen, maar de kustweg en de dorpen langs het Comomeer en de fraaie oude dorpen en steden in de Povlakte.
Mijn tweede bezoek aan Italië was 4 dagen lang. Ik heb 2 nachten in een hotel geslapen, gemiddelde prijs €87,50, en 2 nachten gekampeerd, gemiddelde prijs € 16 per nacht. Voor het eten en drinken heb ik €51,75 per dag uitgegeven. In totaal komt dat op €103,50 per nacht.
Zondag 17 augustus 2025 Frankrijk, de Vercors 115 km 1479 hm
Donderdag ben ik via Col de la Lombarde Frankrijk in gefietst. Op dezelfde dag ben ik over de Col de la Couillole gefiefst. Vrijdag ben ik over de Col de Valberg en de Col des Champs gefietst. Gisteren ben ik na de Col d´Allos naar het westen gefietst. Op mijn verlanglijstje staan voor Frankrijk niet alleen een aantal bergpassen van boven de 2000 meter hoogte, maar ook de Vercors.
Op weg naar de Vercors ben ik gisteren geëindigd op de D994 ten westen van Gap. Zoals gebruikelijk deze reis heb ik voor 8 uur al mijn tent ingepakt en ben ik onderweg. De D994 is eigenlijk een iets te grote weg voor een leuke fietstocht. Soms zijn er geen goede alternatieven om van de ene naar de andere plaats te fietsen. Op de brede asfaltweg is het op zondagochtend niet druk en ik heb een prima fietsstrook.
Gisteren kwam ik opeens weinig winkeltjes tegen en waren veel zaken gesloten. Ik wil voor vandaag voldoende voorraden bij me hebben. De supermarkt bij Veynes gaat pas een half uur later open op het moment dat ik er ben. Ik heb geen zin op een half uur te wachten en fiets verder. Iets verderop is er een tabakswinkel. Behalve snoep is er niets te eten.
Voor de zekerheid neem ik een fles cola mee. In het volgende dorp kom ik langs een boulangerie. Ik koop er een croissant en een heerlijk stokbroodje plus een 2 literfles met sinaasappelsap. Buiten voor de winkel vraagt een man waar ik naar toe ga. Villars de Lans, antwoord ik. Oh, dan moet je over de Col de Rousset, vertelt de man me. Ik heb geen idee, maar ik heb wel opgeschreven dat ik vandaag nog een keer een stijging heb van 900 meter.
Even later fiets ik de D93 op. Af en toe zijn er open stukken op deze weg waar ik een vervelende harde westen tegenwind heb. Heel langzaam begint de weg omhoog te lopen. In een klein dorp zie ik een rijdende bakker staan. Als ik omkijk zie ik dat er meer dan alleen brood verkocht wordt. Ik knijp in mijn remmen en draai om. Ik koop een pakje Boursin. Al met al ben ik nu 3 keer gestopt om inkopen te doen. Misschien was een half uur wachten voor de supermarkt efficiënter geweest, maar waarschijnlijk ook minder leuk.
Na mijn laatste aankoop begint de beklimming van de Col de Cabre. Het hoogteverschil is maar 450 meter, terwijl ik 650 meter had opgeschreven op mijn reisplanning. Het is geen groot hoogteverschil, toch lijkt het een echte bergpas. Halverwege de bergpas eet ik stokbrood met Boursin. Daarna fiets ik de bergpas over. Vanaf de 1180 meter hoge bergpas is het ruim 40 kilometer naar het laaggelegen Die. Ik hoop natuurlijk dat dat een lange afdaling gaat worden.
Na de top hoef ik de eerste 9 kilometer alleen maar een beetje te remmen. Daarna volgt er eerst een stukje bijtrapafdaling en dan wordt het bijna vlak. Maar gelukkig gaat het steeds iets meer bergaf dan bergop. Een enkele keer sta ik even geparkeerd omdat ik op een open stuk opeens een enorme windvlaag tegen heb. Ik baal een beetje van die vervelende tegenwind, maar doordat het grootste deel langzaam naar beneden gaat schiet het toch goed op. Een paar kilometer voor Die ga ik lunchen op een terrasje langs de weg. Ik eet er een heerlijke Italiaanse salade.
In Die fiets ik door het centrum van het leuke stadje. Ik bevind me op bet laagste punt van vandaag. Op ongeveer 400 meter hoogte heeft de koude van vanochtend op 850 meter hoogte plaats gemaakt voor warm zomerweer. Op het heetst van de dag -ruim 30 graden- moet ik aan de grootste klim van de dag beginnen. In de schaduw vind ik het heerlijk koel. Ik hoop maar dat ik niet teveel in de zon moet fietsen, want daar is het heet en een berg beklimmen in de hitte hakt er soms flink in.
Het is geen steile beklimming, maar daardoor wel een heel lange beklimming. Ik moet 20 kilometer bergop fietsen naar de pashoogte. De lunch lijkt in de bodemloze put verdwenen te zijn. Toch fiets ik 9 kilometer door voordat ik ergens in de schaduw een pauze neem. Die pauze is echt nodig want in de zon ben ik behoorlijk verhit geraakt. Na de pauze heb ik steeds vaker een harde tegenwind en dat fietst misschien een beetje zwaarder maar geeft een heerlijke verkoeling.
De bergpas is weer één van die geweldige slingerwegen door de bergen van deze reis. Boven de 1000 meter vind ik het inmiddels aangenaam om in de zon te fietsen. Ik heb af en toe flinke koele tegenwind, maar na de volgende haarspeldbocht heb ik de frisse wind weer in de rug. Rond 5 uur ben ik op de pashoogte, daar moet ik door een tunnel. Aan de andere zijde hoopte ik natuurlijk dat ik de laatste 15 kilometer kan afdalen.
Helaas gaat mijn route maar een paar kilometer langzaam naar beneden. Een tegemoet komende fietser staat te zwaaien. Ik vraag me af of hij pech heeft en hulp nodig heeft bij een reparatie. Als ik stopt hoor ik een heel verhaal in het Frans. Ik begrijp er niets van. Dan begint hij over afstand. Ik neem aan dat hij moe is en wil weten hoe ver het nog naar de top is. Ik antwoord 2 kilometer en fiets weer verder.
Van die heerlijke afdaling komt helemaal niets terecht. Ik kom op een open berghelling met veel tegenwind. Een fietser op een elektrische fiets fietst me voorbij. Even verderop wacht hij op me. We fietsen een klein stukje samen verder. Hij heeft me tijdens de beklimming van de Col de Rousset ook al ingehaald en zijn duim omhoog gestoken. We maken een praatje terwijl we verder fietsen en daarna fietst hij weer door.
Inmiddels zie ik dat ik aan de beklimming van de Col de Proncel ben begonnen. Deze bergpas heeft bijna geen hoogteverschil, alleen de tegenwind in het open landschap is even lastig. Gelukkig gaan de laatste 2 kilometer naar de camping heerlijk bergaf. De camping is goedkoop en verder ook niet bijzonder. Een goede opknapbeurt kan de camping wel gebruiken. Er zijn geen voorzieningen in de buurt. Ik heb gelukkig nog brood, kaas en sinaasappelsap voor het avondeten.
Ik app nog met Henri. We hadden samen afgesproken om nog een dag in Frankrijk te gaan wandelen. Helaas lijkt het allemaal niet goed uit te pakken en we spreken af om later iets samen te gaan doen. Ik kan nu de tracks die ik thuis gemaakt had naar het eindpunt Genève blijven volgen. Tenminste als het niet te slecht weer wordt om de Col de Madeleine op de gaan.
Uiteindelijk kort ik mijn vakantie een paar dagen in. Op maandag fiets ik naar Grenoble, op dinsdag naar Lac d’Annecy en op woensdag neer Geneve. Op donderdag neem ik de flixbus naar Nijmegen en op vrijdag ben ik in de ochtend weer thuis.
Op de laatste 8 dagen op deze reis heb ik € 89,75 per dag uitgegeven. Eén nacht was in de bus, prijs terugreis €90,-- en 2 nachten in een hotel met een gemiddelde prijs van €81,5 per nacht. De andere 5 nachten heb ik gekampeerd. De campings waren gemiddeld €15,-- per nacht.
Voor het overnachten incl terugreis heb ik gemiddeld € 41 per nacht uitgegeven. Het eten en drinken heeft € 48,75 per dag gekost.
Het hoogte punt van het Franse deel van deze Alpenreis was de route door de Vercors
